VRIJE TEKST (week 16, 17 en 18) “Eigen keuze” 

Je schrijft de komende weken een eigen vrije tekst.
We zullen de teksten samen bespreken en verbeteren tot een pareltje.
Qua illustratie ben je ook vrij, daar kan je in je stille werktijd aan werken.

 

 

VRIJE TEKST (week 19, 20 en 21) “100 woorden verhaal” 

Opstart via workshop o.l.v. Mieke Vandromme om vrijdag 25/1.

 

KERSTKAART & NIEUWJAARSBRIEF (week 14 en 15) 

wenskaart A4
wenskaart A5

 

 

VRIJE TEKST (week 9, 10 en 11) “Een verhaal van 1 minuut” 

Opdracht
Je schrijft een tekst over een actie die in het echt één minuut duurt.
Dit betekent niet dat jouw tekst 1 minuut moet duren als je hem voorleest.
Gebruik veel details: beschrijf wat er door je hoofd gaat, omschrijf wat er gebeurt, wat je ziet/ ruikt/ hoort/ …

Ideeën
Eén minuut wachten op de trein, één minuut te laat komen op school, één minuut staren door het venster, één minuut wachten voor een toilet dat bezet is, een wandeling die maar ‘een minuutje’ duurt, je zeurt aan je moeder haar hoofd en ze zegt ‘wacht een minuutje’, een verkeerslicht dat op groen springt, een ritje op de fiets, een glaasje water schenken en drinken, aanbellen bij een verjaardagsfeestje, één minuut in de klas tijdens de werktijd, één minuut achterin de auto, de tandarts die een gaatje boort, …

Criteria
– Het moet spannend zijn, je beschrijft acties of gedachten.
– Je let op details.
– Gebruik signaalwoorden (vervolgens, terwijl, nadat, zodra, bovendien, hoewel, … )

Illustratie
Vrije keuze, maar géén geprinte internetafbeelding!

Werkwijze
1. Schrijf jouw verhaal.
2. Lees je werk na: leestekens, hoofdletters, signaalwoorden en spelling.
3. Laat je tekst nalezen door Wout.
4. Verbeter je tekst.
5. Maak een nette versie van je tekst.
6. Illustreer je tekst.
7. Plaats je tekst op SeeSaw.
8. Presenteer je tekst in de leerkring.

 

 

VRIJE TEKST (week 12 – week 15) “Een recept” 

Opdracht
Schrijf een recept uit: een hapje, een voorgerecht, een soep, een hoofdgerecht of een dessert.
Je tekst is een instructietekst waarin je duidelijk beschrijft wat de kok moet doen.
Gebruik je boekje van Nederlands kijker 2 p. 20.

Criteria
– Je recept heeft een smakelijke titel.
– Er is een overzicht van de ingrediënten en het benodigd materiaal.
– Je noteert het aantal personen en de geschatte tijd om het te bereiden.
– Je schrijft korte zinnen en signaalwoorden om de volgorde aan te duiden.
– Je gebruikt bevelende werkwoorden.

Illustratie
Scheur-en-plakwerk uit bestaande brochures van supermarkten, kookmagazines, verpakkingen..

 

Werkwijze
1. Schrijf jouw recept uit. Gebruik kijker 2 p. 20.
2. Lees je werk na: leestekens, hoofdletters, signaalwoorden en spelling.
3. Laat je tekst nalezen door Wout.
4. Verbeter je tekst.
5. Maak een nette versie van je tekst.
6. Illustreer je tekst: zie opdracht.
7. Plaats je tekst op SeeSaw.
8. Presenteer je tekst in de leerkring. Een proevertje mag altijd .. 🙂

 

VRIJE TEKST (week 4 – week 8) “Een historisch verhaal” 

stap 1: Volg de opgave om de inhoud en de vorm te bepalen.
stap 2: Schrijf een tekst van maximum 20 zinnen.
stap 3: Lees je werk na: spelling, zinsbouw, structuur en opbouw.
stap 4: Laat je tekst nalezen.
stap 5: Verbeter je tekst. 
stap 6: Laat je tekst nog eens nakijken.
stap 7: Maak een nette versie van je tekst op (met de computer).
stap 8: Illustreer je tekst. 
stap 9: Presenteer je tekst in de leerkring.
stap 10: Bewaar je tekst in je tekstboek of stel hem tentoon in de galerij. 

Schrijf een historisch verhaal met 2 tot 4 personages.
Een historisch verhaal speelt zich vroeger af.
Bv. op jacht in de prehistorie, een show in een colosseum, een ridderverhaal in de middeleeuwen, een ontdekkingstocht in de nieuwe tijden, een eureka-moment van een uitvinder, …
Het mag verzonnen of waargebeurd zijn.

Gebruik je ‘Kijker 1’ van Nederlands p. 8 en 9 om op te starten.

Je tekst is maximum 20 zinnen lang.
De tekst staat in de verleden tijd: let op werkwoordspelling.
Gebruik hoofdletters en leestekens.

Opbouw van je tekst:
Inleiding: waar en wanneer speelt het verhaal zich af? Wat doen de personages?
Midden: wat gebeurt er? Er is een probleem! Waarom? Waarmee? Waardoor? Hoe?
Slot: hoe eindigt het verhaal? Hoe lossen de personages het probleem op? Wat doen ze?

Maak er een illustratie : een schetstekening met grijs potlood.
Bv. je personages, de omgeving, …

Denk je dat lezers zin hebben om je tekst te lezen? 
Hoe kan je de tekst nog aantrekkelijker maken? 
Heb je nagedacht over een sterke titel?