e

 

 

 

kijker 6 – allerlei moeilijke woorden 

koningin, avontuur, dikwijls, avond, toneel, jullie, absoluut, programma, juffrouw
markt, erwten, tomaten, voorraadje, loket, rechtsreeks, lokaal, perron, totaal, eekhoorns
trostomaten, marktdagen, perronnetje, voedselvoorraden, televisieprogramma’s
koninginnetje, absolute, team, brutaal, konijn, uniform, motor, trainer
misschien, telefoon, robot, hotel, onmiddellijk, ogenblikkelijk, eb, zeldzame,
geenszins, amuseren, terras, zebra, interessant, bisschop, puzzel, alfabet, fotograaf
modern, voortdurend, verraden, goochelaar, appartement, professor, allergie
parallellogram, verrassing, verrukkelijk, bijzonder, apparaat, apart, e-mail
datum, herinneren, fantasie, monitor, bijvoorbeeld, alleszins

kijker 6 – samenstellingen 

telefoongesprek, robotfoto, voetbaltrainer, eblijn, dakterras, woordpuzzels, benzinemotor
legeruniform

kijker 6 – woorden met een k als c geschreven 

directeur, dictee, hectare, respect, club, correct, score, bioscoop, seconde, circus
actie, cola, café, reclame, producten, popcorn, caravan, contacten, camera, locomotief
tractor, insecten, infecties, politiecommissaris, grensconflict, advocatenkantoor
alcoholcontrole, secondewijzer, cursors, computers, cafés, inspecteurs, bioscopen
documenten, projecten, dictees, producten, cola’s, contacten, insecten, conclusies
dicteetje, cameraatje, speculaasje, computertje, colaatje, tractortje, documentje, clubje
concentreren, conclusie, secretaresse, concert, locomotieven, contact, correct, actieve
perfecte,

kijker 6 – woorden met een s als c geschreven 

cel, centraal, centrum, deciliter, elektriciteit, lucifer, precies, proficiat, speciaal
centra, principe, circus, cirkel, decimaal, cd, feliciteren, cent, lucifer, citroen
proces, oceaan, december, forceren, cinema, provincie, decimaal, centraal, cijfers
concentreren, concert, feliciteren, speciale, precieze, centrale, decimale

kijker 6 – werkwoorden

infinitief         stam                t.t.                           v.t.                         voltooid deelwoord

spelen             ik speel            hij speelt                wij speelden      ik heb gespeeld
zingen             ik zing              hij zingt                 wij zongen          ik heb gezongen
landen            ik land              hij landt                 wij landden       ik ben geland
testen             ik test               hij test                     wij testten         ik heb getest

kijker 6 – werkwoorden die je moet kunnen vervoegen zoals hierboven

(dicteren, repareren, corrigeren, inspecteren, scoren, fantaseren, evalueren, controleren
feliciteren, amuseren, concentreren, respecteren, contacteren, produceren, e-mailen
fotograferen, goochelen, puzzelen, herinneren, interesseren, donderen, vullen
beginnen, regenen, stijgen, wandelen, staan, breken, overstromen, vluchten
vergeten, bijten, haasten, rekenen, durven, miauwen, graven, juichen, verbranden
blaffen, poetsen, zijn, hebben, klimmen, beantwoorden, antwoorden, verbieden
verdrinken, herstellen, snijden, schitterend, knuffelen, dromen, stromen, staan
spatten, worden, blijven, tranen, stijgen, bewegen, kunnen, redden, aanzetten)
inspecteren, voeden, forceren, verspreiden, controleren, groeien, oppakken, lusten 
heten, veranderen, kapen, hebben, herinneren, verrassen, worden, wachten 

kijker 6 – werkwoordenschema 

download het hier!

kijker 6 – verbetersleutel 

spelling kijker 5&6 verbetersleutel

_____________________________________________________________

kijker 5 – au-woorden 

auto, augustus, klauteren, kauw, lauw, rauw, miauwen, blauw, Australië, gauw, wenkbrauw, pauze, applaus
snauwen, dauw, augurk, kabeljauw, auteur, chauffeur, grauw, restaurant, saus, auw, klauwen, pauzeren
herkauwen, autootje, nauwe, nauwelijks, vernauwing, benauwd, flauwe, flauwekul, flauwtjes, verflauwen, appelflauwte
automaat, automobilist, dagpauwoog, autobandenfabriek, driesterrenrestaurant, pauw, knauwen

kijker 5 – ou-woorden 

juffrouw, meervoud, huishouden, schouwburg, brouwerij, ouderwets, onthouden, berouw, landbouwbedrijf
schouderblad, jouw, sjouwen, jou, vereenvoudigen, gebouw,

kijker 5 – woorden met een trema om ze juist uit te spreken 

Azië, Australië, België, Wallonië

kijker 5 – meervoud van woorden met klemtoon op laatste lettergreep +ën 

knieën, melodieën, feeën, industrieën, moskeeën, allergieën, drieëntwintig, tweeëndertig, zeeën, ideeën

kijker 5 – meervoud van woorden met klemtoon niet op de laatste lettergreep +¨n 

koloniën, studiën, bacteriën, …

kijker 5 – woorden met een koppelteken 

Sint-Rita, Sint-Maarten, Sint-Anna, West-Vlaanderen, Zuid-Amerika, Sint-Niklaas, Noord-Amerikanen
Zuid-Europese, Noord-Brabant

kijker 5 – meervoud van woorden met een enkele klinker als lange klank achteraan +’s 

menu’s, radio’s, Eskimo’s, tandpasta’s, loempia’s, ski’s, pagina’s

kijker 5 – meervoud +s 

provincies

kijker 5 – apostrof in plaats van weggelaten letters 

’s avonds, ’t sneeuwt, zo ’n mooi feest, ’t zal gaan, ’s middags, ’t is tijd

kijker 5 – afkortingen 

o.a. (onder andere), pv. (persoonsvorm), t.t. (tegenwoordige tijd), v.t. (verleden tijd), p. (pagina)
m.a.w. (met andere woorden), nr. (nummer), ond. (onderwerp), ww. (werkwoord), enz. (enzovoort)

kijker 5 – symbolen 

dm (decimeter), m³ (kubieke meter), cm² (vierkante centimeter), l (liter), a (are), m (meter)
kg (kilogram), dl (deciliter)

kijker 5 – hoofdletters 

Je schrijft een hoofdletter aan het begin van een zin, bij een naam, een land, een taal, een inwoner, een stad,
na een letter met een apostrof (bv. ’s Avonds ga ik wandelen.), namen van feestdagen.

kijker 5 – verenkelen “beren” 

motoren, bananen, kanalen, benen, noten, decimalen, dozen, riolen, boten, kandidaten, avonturen, diagonalen, alen

kijker 5 – verdubbelen “katten”

narren, vellen, klappen, bonnen, tennissen, ossen, afdrukken, robotten, tonnen, nekken, tabellen, gevangenissen
sappen, torren, netten, bonnen, raketten, lekken, ritten, ananassen, modellen, nappen, bakken, kanonnen, ribben, bossen
almanakken, latten, hessen

 

kijker 5 – woorden met achtervoegsel -isch, -loos, -baar of -zaam 

Belgisch, automatisch, praktisch, toeristisch, technisch, allergisch, alfabetisch, telefonisch, elektrisch, historisch
dankbaar, brandbaar, drinkbaar
liefdeloos, gewichtloos
werkzaam, zeldzaam

 

kijker 4 – verbetersleutel 

spelling kijker 3&4 verbetersleutel

 

kijker 4 – ei-woorden 
verleidelijk, domein, omheining, activiteiten, dweilen, karwei, plaveien, hertengewei, eetgerei, bescheiden, pleister, steigeren, valleien, verscheidene, majesteit, bedreigen, neiging, schreien, herbanen, kasseien, geleidelijk, heimwee, reinigen, teil, handleiding, seizoenen, beitel, scheidsrechter, kapitein, terrein, heilig, peilen, domein, seinen, zeilen, eiland, aardbeien, Romeinse, meisjes, verleiden, arbeiders, meid, domein, paleis, begeleiden, omheining, einde, plein, zeis, bereiken, breien, eisen, deinen, geheim, allerlei, prei, activiteiten, fontein, feit, klei, leiding, gelei, weinig, marsepein, refrein, reiger, handleiding, geleidelijk, karwei, eikels, sein, klein, eigen, seizoen, steiger, steil, gerei, geiten, bescheiden, reis, beitel, trein, pleister, terrein, uitbreiden, …

kijker 4 – ij-woorden 

vijver, tijgers, cijferen, tijdens, schrijven, twijfelen, verdwijnen, wijde

kijker 4 – samenstellingen 

hertengewei, voetbalkapitein, steenbeitel, aanlegsteiger, plakboek, scheidsrechter, …

kijker 4 – afleidingen (grondwoord + een stukje) 

leider > leiding, beitel > beitelen, geleidelijk, verschijnen, geseind, …

kijker 4 – woorden op -teit 

Majesteit, universiteit, kwaliteit, activiteit

kijker 4 – woorden op -heid 

eenzaamheid, moeilijkheid, wijsheid, snelheid, gezondheid, aanwezigheid, waarheid, overheid

kijker 4 – woorden met wr

wratten, wrijven, wrijft, wroeging, wrede, wriemelen, wrak, wreekt, wraak, wrok, wrange, wringt

kijker 4 – woorden op b 

eb, bib, web, job, bob, bied, rib, kra, club, blub

kijker 4 – woorden met th 

thuis, apotheek, thermos, katholieken, kathedraal, theater, bibliotheek, thee

kijker 4 – werkwoorden 

infinitief, stam, stam+t
t.t. en v.t. herkennen
werkwoorden die van klank veranderen in v.t. bv. ik liep, ik schreef, ik vond, …
onderwerp en persoonsvorm

____________________________

 

Kijker 3 voorbereiding allerlei woorden: klik hier!

Kijker 3 voorbereiding toets: verbetersleutel

 

spelling kijker 3&4 verbetersleutel (werkboek)

 

kijker 3 – leestekens 
Een mededelende zin eindigt met een punt.
Een uitroep wordt afgesloten met een uitroepteken!
Is het duidelijk dat een vraag achteraan een vraagteken heeft?
Na een dubbelpunt volgt iets wat gezegd wordt. Jan zegt: “Hallo.”
Na een dubbelpunt volgt een opsomming: Jan, Piet, Joris en Korneel.

kijker 3 – hoofdletters
Het begin van een zin start met een hoofdletter.
Namen van mensen, dieren, steden, landen, talen, straten, gemeenten, …
Bv. Wout is een Belg. Zijn dochter heet Lena. Ze wonen in Berchem en spreken Nederlands.

kijker 3 – voorvoegsels 
ge- : gevallen, getelefoneerd, gemakkelijk
ver – : verbinding, verzorgen, verpleger, verband, verrassing, verraden, verroest, verrukkelijk, verrot
on- : ongeval, ongelukkig, ongelijk, ongeduldig, onvermoeibaar, onweer
ont- : ontzettend, ontspannen, ontsmetten, ontgoocheld, ontploffen, ontdekken
her- : herhalen, herdenken, hertellen
wan- : wanorde, wantrouw, wanhoop
aarts- : aartslui
mega- : megacool
be- : bevaren

kijker 3 – trappen van vergelijking 
hoog – hoger – hoogst
dik – dikker – dikst
groot – groter – grootst
snel – sneller – snelst
oud – ouder – oudst
wit – witter – witst
veel – meer – meest
goed – beter – best
beroemd – beroemder – beroemdst

kijker 3 – achtervoegsels 
+te: dikte, diepte, lengte, stilte, grootte
+loos: werkloos, autoloos, eindeloos, foutloos, dakloos
+eloos: rusteloos, reddeloos, troosteloos, harteloos, slapeloos
+baar: strafbaar, eetbaar
+schap: vriendschap, landschap
+dom: vorstendom, rijkdom
+zaam: eenzaam, werkzaam

kijker 3 – woorden op -ik in het meervoud 
twee monniken, twee leeuweriken, twee bangeriken, twee slimmeriken, twee luieriken, twee dwazeriken

kijker 3 – woorden op -erd en -aard 
honderd, bangerd, engerd, gekkerd
dronkaard, gulzigaard, lafaard, koppigaard

kijker 3 – woorden met -ig of -ige 
angstig, koppig, gelukkig, voordelige, prachtige, haastige, stoffige, heilige, akelig, stekelig, hongerig, wanhopig, schemerige

kijker 3 – woorden met -achtig of -achtige 
zenuwachtige, stormachtig, raadselachtige, schilderachtig, rotsachtig,

kijker 3 – woorden op -elijk of -elijke 
dodelijk, gemakkelijke, wetenschappelijke, lichamelijk, ogenblikkelijk, dadelijk, onmiddellijk, oostelijke, gevaarlijk, pijnlijke, eindelijk

kijker 3 – woorden op -lijks, -elijks, -lijkse, -elijkse 
dagelijks, wekelijks, maandelijkse, jaarlijkse

kijker 3 – woorden met -ing of -ingen 
oefeningen, vertaling, leiding, vereniging

kijker 3 – meervouden verdubbelen 
commissarissen, tennissen

kijker 3 – dubbele meervouden 
motors/motoren, tractors/tractoren, professors/professoren, monitors/monitoren

kijker 3 – meervouden -ea 
museum – musea ; laboratorium – laboratoria ; trapezium – trapezia ; datum – data

kijker 3 – meervouden op -en 
melkkannen, snorharen, ruimteschepen

kijker 3 – meervouden s wordt z 
paleis – paleizen

kijker 3 – meervouden f wordt v 
archief – archieven ; brief – brieven

kijker 3 – meervouden op -eren
eieren, lammeren, kalveren, runderen

kijker 3 – meervoud op s
vitamines, dokters, dictees, hamsters, televisies, cafés

kijker 3 – meervoud op ‘s  
Na de klinkers a, i, o en u volgt ‘s. Ik schrijf een apostrof.
veranda’s, menu’s, scampi’s, programma’s, ski’s, auto’s, kilo’s, paraplu’s

kijker 3 – meervoud ee+en of ie+en 
Ik hoor ee en of ie en. Ik schrijf eeën of ieeën. Het trema op de laatste e!
knieën, tweeën, zeeën, moskeeën, drieën, industrieën, ideeën, melodieën

kijker 3 – verkleinwoorden zoals ik het hoor 
schoentje, boompje, tentje, wolkje, zonnetje, koninginnetje, kanonnetje, kapelletje
radiootje, slaatje, parapluutje, pianootje, skietje, koetje, lelietje, sleetje

kijker 3 – verkleinwoorden ng soms nk 
woninkje, koninkje, kettinkje, ringetje, slangetje, sprongetje

kijker 3 – verkleinwoorden é > ee 
cafeetje, canapeetje, defileetje, logeetje
_______________________________________________________

kijker 2 – onderwerp en persoonsvorm 
Stap 1: maak een ja/nee -vraag.
Stap 2: het werkwoord vooraan in de ja/nee-vraag is de persoonsvorm
Stap 3: vraag jezelf af: wie doet/is/wordt dat?
Stap 4: dit is het onderwerp, wees volledig!

Bv. Gisteren regende het pijpenstelen.
> Regende het gisteren pijpenstelen?
> Wie of wat regende gisteren pijpenstelen?
> Het is het onderwerp

Bv. Nu schijnt het zonnetje lekker warm.
> Schijnt het zonnetje nu lekker warm?
> Wie of wat schijnt nu lekker warm?
Het zonnetje is het onderwerp.

kijker 2 – woorden als banaan
Bij woorden als banaan verdubbel ik niet.
agent, radijsjes, salamanders, parallellogram, trapezium, lawaai, kabaal, tuinkabouter, kazerne, kameel, kapel, lawine, vakantie, planeet, karate, paniek, salon, talent, ramadan, ravijn, alinea, amuseren, ananassen, kanonnen, sigaretten, kapotte, materialen, wooncaravan, bedevaartkapelletje,

kijker 2 – het alfabet 
Alfabetisch rangschikken: kijk eerst naar de eerste letter, dan naar de tweede enz.
Banaan komt na bal in het woordenboek, omdat de n na de l komt.
Welk woord komt eerst? kabouter of kamelen? kanalen of kanjer?

kijker 2 – samenstellingen
Kleef de twee woorden aan elkaar, er verdwijnen geen letters!
klasagenda, eetcafé, brandalarm, scheepskapitein, Noord-Amerika, brandblusapparaat, goudfazant, kanarievogeltje, familiefeest, krabsalade, watersalamander, dovenalfabet, alarmklok, bananenschil, bedevaartkapelletje,

kijker 2 – werkwoorden (tegenwoordige tijd)
werkwoordenschema

Infinitief = ik zal … bv. zwem > ik zal zwemmen
Stam = ik-vorm bv. lopen > ik loop
Stam+t = jij/hij/zij/het bv. regenen > stam = regen > het regen + t > het regent
                                           bv. De man speelt.  Die mevrouw wordt boos. Jij zingt mooi.

kijker 2 – woorden met ch
Dit zijn onthoudwoorden.
gewichtloos, verluchting, machteloos, onterecht, onvruchtbaar, rechtsreeks, onzichtbaar, vluchtelingen, gevechtshelikopter, verwachting,

kijker 2 – woorden als politie 
Dit zijn onthoudwoorden, de t klinkt als s.
reparatie, infectie, vakantie, spatie, directie, operatie, actie, informatie, portie, demonstratie, combinatie, evaluatie, prestatie, reactie, organisatie, concentratie, spatiebalk, herfstvakantie, verkeersinformatie, protestdemonstratie, autoreparatie, blindedarmoperatie, cijfercombinatie, politieagent,

kijker 2 – woorden als televisie 
Dit zijn onthoudwoorden!
televisie, fantasie, conclusie, depressie, discussie

___________________________________________________

kijker 1 – samenstellingen
bv. herfst + kleuren = herfstkleuren
angstdroom, broodtrommel, springkasteel, ringgracht, bankkaart
borststreek, herfstdag, koortsblaasje, ruitjesschrift, dansfilms
bietenoogst, hersenhelften, opsplitsen, visvangst, angstdroom
boodschappenmandje, kruiswoordraadsel, geldnood, zaterdagavond
maanlandschap, grootgrondbezit, zuidwestenwind, brandblusgereedschap
staatshoofd, jeugddroom, nooddeur, landdier, handdoek, grensstad
winddicht, bloeddruk, bellenblazen, rozenstruiken, muggenbeten, ogenblikken
vlaggenstokken, blokkendozen, schapenwolken, bessensappen, paardenstallen
notenbalken, apenkooien, kattenbrokken,

kijker 1 – woorden met aai, ooi, oei, eeuw, ieuw en uw
fraaie, oersaai, lawaai, torenkraai, koeienvlaai, lawaaipapegaaien, ronddraaien
verstrooid, voetbaltornooi, ooievaarsnesten, hooikoorts
vermoeid, geknoei, handboeien, koeienvlaai
schreeuwen, zilvermeeuwen, weidespreeuwen, ondersneeuwen
gloednieuwe, benieuwd, spiksplinternieuwe, vernieuwen
duwen, ruw, zenuwcellen, schaduwen, waarschuwen

kijker 1 – woorden met ng of nk
hengst, oorsprong, onlangs, gangster, indringer, angstdroom, visvangst, ingang
springpaarden, versiering, nijptang, vingerafdruk, hoelang

herdenken, enkels, inkt, koninkrijk, tanker, linksvoetig, surfplank, kerststronk
winkelversiering, stinkzwam, oogwenk, bankstel

kijker 1 – woorden met t of d
beest, kist, boot, sport, interessant, laatste, minuut, doelpunt
angstaanjagend, poot, alfabet, zwart, spotgoedkoop, korst, staat

wild, vliegveld, honderd, duizend, gestrand, verbaasd, beeldscherm, blad, wedstrijd
afscheidavond, angstaanjagend, badstad, handboeien, noordoostenwind, goedkoop
landbouwgrond, wildvreemd, aardkorst, nood, geld, moed, boodschap, geduld
verstand, jeugd, zand, bod, tweedehands, reeds, steeds, voedsel, raadsel, verstand
gereed, lid, vloed, iemand, niemand, zeldzaam

kijker 1 – afleidingen
bv. ver + blind + en = verblinden

kijker 1 – meervouden
spreuken, boksen, buien, mensen, ringen, koorden, …
spinnen, trappen, zwemmen, smullen, dikke, grommen, blaffen
schoten, zweven, steden, palen, maken, grazen, bomen
ooievaars, lentes, koffies

kijker 1 – open lettergreep (katten)
houthakker, takken, bossen, vallen, vergallen, leggen, liggen
bommen, alleen, kromme, wegtrekken, zeggen, volle, vlotte
gesprekken, vertrekken, verstoppen, ontsnappen, bolletjes
matrassen, gevangenissen, portretten, mannen

kijker 1 – gesloten lettergreep (beren) 
gebogen, jaren, samengebonden, paden, over, zware, benen
vele, uren, leven, opgeven, legers, soldaten, eten, water, leven
kogels, granaten, achtergebleven, naderbij, ogen, dagen, magere
laten, tegen, rare, even, slapen, dromen, leven, stromen, fabel
avonturen, beleven, matrozen, boten, bekwame, gevaren,  bewaken
eenzame

 

 

 

ventje

 

 

 

 

 

 

 

 

spellingweters  (Alle spellingsregels die je moet kennen én kunnen op het einde van het zesde leerjaar.)