e

 

 

 

Kijker 3

Kijker 3&4 correctiesleutel

werkwoorden

werkwoordenschema

1ste persoon enkelvoud: ik
2de persoon enkelvoud: jij, je
3de persoon enkelvoud: hij, zij, die man, het zwijn, dat, …

1ste persoon meervoud: wij, we
2de persoon meervoud: jullie
3de persoon meervoud: zij, de mensen, schaapjes, …

t.t. = tegenwoordige tijd (nu)
v.t. = verleden tijd (let op met klankverandering of werk met ’t fokschaap)
v.d. = voltooid deelwoord (ik heb / ik ben …)

werkwoorden met ei

leiden, begeleiden, scheiden,

werkwoorden met ij 

wijzen, beschijnen, uitglijden, lijken

werkwoorden met klankverandering 

bedriegen, glijden, binden, lopen, winnen, staan, zijn, schrijven, klimmen
vergeten, rijden, sluiten, worden, kopen, schrijven, kruipen, ontbijten
ruiken, vinden, lijken, komen, kruipen, kijken, zien, staan, komen
zijn, bewegen, hebben, beklimmen, houden, zeggen, roepen

werkwoorden zoals werken 

roken, bedanken, plukken, verrassen, beheersen, benadrukken, bereiken

werkwoorden zoals spelen 

aarzelen, achtervolgen, ademen, amuseren, babbelen 

werkwoorden zoals rusten 

barsten, begroeten, belasten, benutten, bepleiten, hoesten,

werkwoorden zoals aanvaarden 

aanvaarden, antwoorden, beantwoorden, beduiden, begeleiden, schudden

allerlei werkwoorden 

wringen, roepen, branden, antwoorden, schudden, denken, houden, vragen, vinden, vermoeden, zeggen
verbergen, vinden, naderen, worden, bevinden, stappen, verspreidden, zetten, aanraken, smaken, gebeuren
merken, wriemelen, losmaken, ontsnappen, zweven, rukken, brabbelen, dreigen, veren, storten
trappen, pakken, raken, hinken, beloven, zwaaien, merken, scheren, beseffen, ontvoeren, bloeden, beseffen
ontvoeren, gebeuren, haasten

werkwoorden met een voorvoegsel

ontkomen, bevinden, onweren, verraden, ontdekken, vertrouwen, verrassen, ontwarren, herstellen
geraken, begeleiden, verplichten,

woorden met een voorvoegsel 

gevallen, teveel, aartsmoeilijk, wanhopen, ontgoochelen, herrekenen, verrotten, onnuttig, beoefenen

woorden met een achtervoegsel 

voedsel, verzamelaar, raadsel, leidsels, wasserij, strafbaar, knipsels, hengelaar, leesbaar, oplosbaar, bakkerij
vriendschap, leiderschap, Gemeenschap, eigenschap, gereedschap, luierik, luiaard, slimmerik, slimmerd,
nieuwsgierigaard, bangerik, bangerd, vruchtbaar, werkloze, smaakloze, dakloze, lengte, breedte, hoogte
diepte, grootte, brandbaar, eindeloos, gulzigaard, landschap, rijkdom, kandelaar
bespreking, elektriciteit, vrijheid, mannelijk, dagelijks, gelukkig, zenuwachtig, gemeenschap, eeuwig
vreselijk, regenachtige, raadselachtig, opening, vurige, spookachtige, akelig, puntig
angstig, rustig, triestig, dromerig, droevig, harig, gezellig, onrustige,

trappen van vergelijking 

oud – ouder – oudst ; grote – grotere – grootste ; goed – beter – best ; …

woorden op -ik 

monniken, perziken, dommeriken, leeuweriken

woorden op -is 

tennissen, commissarissen, dromedarissen

woorden met -or 

motoren, professoren, monitoren, tractoren, sponsoren

woorden op -um 

museums = musea, datums = data, laboratoriums = laboratoria, centrums = centra

woorden met een hoofdletter 

het eerste woord van een zin, persoonsnamen, Aardrijkskundige namen, talen, nationaliteiten, feestdagen, goden
Bv. Ik spreek Nederlands. Abraham is een eigennaam. Duits is de taal uit Duitsland. De Fransmannen spreken Frans.
Bv. Op Kerstmis wil ik graag denken aan onze Allah.

aanhalingstekens 

“Ik spreek Nederlands”, zegt de nieuwkomer. Ook juist: “Ik spreek Nederlands.”, zegt de nieuwkomer.
“Wil jij een koekje, schatje?”, vraagt mama.
“Ga maar snel weg!”, brult de boze wolf.

We zingen luidkeels: “We stegen met een zucht…”
Gisteren vroeg ik jou: “Kan je me helpen?”

http://www.taalkanjerfilmpjes.be/moovs/leerjaar-5-aanhalingstekens/

 

Oefendictees kijker 6.3 – verbetersleutels

__________________________________

 

Kijker 2

Kijker 1&2 correctiesleutel

alfabetisch rangschikken 

bv. bal – banaan, want de l komt voor de n in het alfabet
bv. schaap – schep – schip
enz.

verdubbelen na korte klank (zoals kippen, rollen, katten, …  

smalle, vervallen, pannetje, dunnere, nattere, schatten, rapport, knippen, krabben, verdubbelen
kammen, rammel, parallelle, apparaten, kanonnen, raketten,

verenkelen na lange klank (zoals banaan, bomen, apen, … ) 

salade, salamander, banaan, katoen, natuur, kapot, kapitein, kabaal, kabouter, kameel, Amerika
adoptie, apart, asiel, Canada, Japan, lavabo, macadam, radiator, sanitair, Arabisch, karakter, marathon
Marokkanen, parallelle, carnaval, garage, tabak, laboratorium, salaris, abonnement, atomen, karakter, rabarber
planeten, dure, hoge, kanon, raket, parasol, fabel, planeet, amuseren, hete, varen, kanalen, wonen, paleizen,
sigaretten, macaroni, marathonlopers, sanitair, solitair,

woorden met d

tijdsnood, moed, geld, iemand, boodschap, vloed, ongeduld, steeds, gereedschap, nood, kruid, raadsel, verstand, zand

woorden op b 

krab, schub, club, bib, rib, bieb, eb, rob, web, job, bob, vakantiejob, zeerobben, varkensribbetjes, clubspeler

woorden met ei 

beitel, deinen, domein, dreigen, dweilen, eigenzinnig, elektriciteit, gerei, gewei, heimelijk, heirbanen, kapitein
karwei, kasseien, neiging, omheining, porseleinen, reiger, reiken, reinigen, Romeinen, schreien, spreiden, energiepeil
steigeren, steil, teil, vleien, weekeinde, eindigen, verleiden, scheiden, weigeren, pleiten, weide, leider, bereiden, reizen, eisen
herleiden, omleiding, onbescheiden, eigenaardig, trapreiniger, bereidingswijze, eindeloos, eigenschap, zeilboten

woorden met ij 

rijden, twijfelen, ontbijten, bestrijden, bevrijden, lijden, pijl, berijden, wijde, rijzen, ijs , spookrijders, onvermijdelijk
tijdelijk, zwijgzaam, vijandig, woestijnen, cijferen, bevrijding, anderzijds, enerzijds, gelijkzijdige, vrijetijdsactiviteit
energieprijzen, wachttijd, lijken, twijfelachtig, kijken, drijven, spijkers, bereidingswijze

woorden met teit 

activiteit, creativiteit, nationaliteit, agressiviteit, puberteit, mentaliteit, seksualiteit, elektriciteit, identiteit, kwaliteit
majesteit, realiteit

woorden met heid 

bezorgdheid, overheid, spaarzaamheid, verstrooidheid, gezondheid, vrijheid, fierheid, wijsheid

afleidingen van het grondwoord eigen

eigenaardig, eigenlijke, eigenzinnig, eigendom, eigenaar

woorden met een hoofdletter 

Marokko, Canadezen, Japanse, Amerikaanse, Noord-Europeaan, Russisch, Algerijns, Belgisch

woorden met tie 

politie, adoptie, natie, operatie, reparatie, communicatie, organisatie, concentratie
publicatie, zomervakantie, demonstratie, injectie, combinatie, informatie, traditie, prestatie

woorden met t als s 

station, nationale

woorden met s die klinkt als z 

televisie, conclusie, fantasie, asiel, diesel, visum, museum

woorden met sie 

televisie, conclusie, fantasie, discussie, agressie, depressie, defensie, explosie, expressie

woorden met th 

marathonlopers, thee, apotheek, thermos, discotheek, thuis, thermometer, bibliotheek, enthousiast
kathedraal, theater

woorden met wr 

wrak, wrat, wrang, wreed, wrok, wreken, wraak, wrijven, wroeging, gewricht, wrevelig, wriemelen
loswrikken, wroeten

samenstellingen

herfstdagen, helikopterwrak, wrattenzwijn, ellebooggewricht, wrijvingshitte, wraakactie, koppelteken
appelflauwte, dennenbomen, nieuwsfotograaf, beroepsgeheim, brulkikvors, namiddagvoorstelling
bodemverontreiniging, bouwbedrijf

___

Hier kan je 2 oefendictees vinden om je toets van kijker 6.2 voor te bereiden. 

Oefendictee Verrekijker 6.2 (oplossingen V1 en V2)

 

 

____

Kijker 6.1 

 

Oefendictee kijker 6.1 (oplossing)

 

Kijker 1 & 2 correctiesleutel

Samenstellingen

herfstdagen, koppelteken, appelflauwte, dennenbomen, nieuwsfotograaf, beroepsgeheim
brulkikvors, namiddagvoorstelling, bodemverontreiniging, bouwbedrijf, kruisspinnen
morgenochtend, wielerwedstrijd, strikvragen, verkeersongelukken, rotsblokken, dorpsscholen
koeienstallen, vuurrode, schrikdraad, hemellichaam, zonsverduistering,

Woorden met ieuw 

nieuwe, benieuwd, nieuwigheid, nieuwsgierig, vernieuwen

Woorden met ooi 

toernooi, pleidooien

Woorden met aai 

papegaai, koeienvlaaien

Woorden met eeuw

schreeuwen

Woorden met ng 

enge, jongetje, angst

Woorden met nk 

vinken, janken, geschenken, flinkste, zinkende

Woorden met uw 

zenuwen, schuw

Woorden alfabetisch rangschikken 

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
Kijk naar de eerste letter, dan naar de tweede enz.

Woorden met een d

aardkorst, bloed, straat, spotgoedkoop, honderdduizend, broedtijd, grondgebied, noordoostenwind
kruiswoordraadsel, lidgeld, bloeddorstig, branddeur, winddicht, hoofddoek, blinddoek
hondje, badschuim, bedje, sneeuwwind, aardbol, middag, hoofd, paard, hondje,

Woorden met een t

aardkorst, worst, hoofd, spotgoedkoop, tijdschrift, sportterrein, biljarttafels, flipperkast

Woorden met cht

voorzichtig, bedachtzaam, bochtige, schilderachtig, medeplichtig, vrachtauto, berichtjes
trachten, evenwicht, nachtegaal, verlichting, onverwacht, toegejuicht, lichtje, nachtzoen

Woorden met ch 

pechvogel, toejuichen, architectenbureau, goochelaarskunst, tandtechnicus, chemiebedrijf
tuinarchitect, houtkachel, autopech, lichaamsbeweging, techniek, mechaniek, juichen,

Woorden zoals katten (verdubbelen na korte klank) 

mannen, takken, dikke, smalle, spellen, ontdekken, verre, blaffen, hebben, drukke, zeggen
alle, katten, hadden, allen, kunnen, pakken, mussen, gemakken, zullen, liggen, lekkere
grommen, blaffende, rollen, trekken, liggen, brokken, potten, kommen, trappen, opklimmen
middelbaar, zitten, vakken, slimme, bolleboos, vellen, debatteren, vonnissen, vellen, trappen
spannen, vlugger, arriveren, kunnen, Ardennen, brilletje, sommigen, kolossale

Woorden zoals beren (verenkelen na lange klank) 

zagen, hoge, bomen, varen, boten, grote, meren, kanalen, leren, lezen, streken, blazen, praten
beter, ene, hoge, halfopen, dromen, maken, legers, tegen, harige, vredevol, bazen, berenstreken
openbare, scholen, klaslokalen, oorlogen, werelddelen, pedalen, regenvlagen, kolossale, overal
fototoestel, hemel, schaduw

Werkwoorden

tegenwoordige tijd (t.t.) eerste persoon = STAM           bv. ik speel
tegenwoordige tijd (t.t.) tweede persoon = STAM+T    bv.  jij speel+t
tegenwoordige tijd (t.t.) derde persoon = STAM + T    bv. hij/zij/iemand/het speel+t

verleden tijd (v.t.) met klankverandering = schrijf zoals je het hoort    bv. ik zwom, wij droegen
verleden tijd (v.t.) zonder klankverandering    STAM + stukje     bv. ik mis+te ,   wij wurg+den

voltooid deelwoord (v.d.)   ik heb / ik ben …
Denk hierbij aan ’t fokschaap: komt de kijkletter (derde laatste letter) erin dan is het met een T achteraan.
Bv. spelen -> kijkletter L -> komt niet in ’t fokschaap voor -> ik heb gespeeld
Bv. dansen -> kijkletter S -> komt wél in ’t fokschaap voor -> ik heb gedanst

Deze moet je kunnen in alle vormen kunnen schrijven:
belanden, kussen, verwarmen, botsen, pingpongen, bereiken, verrassen, bladeren, lezen, zijn, hebben zien, doen, beginnen, vragen, moeten, springen, vallen, botsen, lachen, eindigen, gebeuren, regenen, kunnen, komen, winnen, zeggen, liggen, genezen, vinden, sporten, bloeden, zeggen, zweten, houden, worden, amuseren, schrijven, bereiken, bewerken, verdrinken, verlangen, branden, bloeden, worden, rijden, verwonden, schudden, rijden, verwachten, komen, babbelen, vinden, kraaien, schreeuwen
schudden, janken, verbeelden, vermoeden, hebben, krijgen, beschermen, schuiven, fotograferen, verdwijnen, juichen, zeggen, getuigen

 

 

Zomertraining

Beste leerling,

je kan hier nog wat extra oefenen op je spelling.

Hier vind je alle woordmuren bij elkaar: spelling 5 alle woordmuren
Je kan deze woordmuren afprinten en overschrijven!

Je moet werkwoorden juist kunnen schrijven: tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooid deelwoord.
Gebruik daarvoor het schema: werkwoordenschema

Als je voldoende hebt geoefend kan je een einddictee afleggen (niet hetzelfde als in de klas ..).
Het printblad (+verbetersleutel) Printblad einddictee + verbetersleutel

Succes!
Wout