Kringleiders (2)

Ochtendkringleider (10 minuten)

Zet de burgermeesterhoed op.
Rinkel met de bel en vraag iedereen plaats te nemen de kring gaat beginnen.
Wens iedereen een goeiemorgen en vraag om stilte.
Geef het woord aan de secretaris: hij overloopt de aanwezigheden.
Vraag naar hoe iedereen zich voelt vandaag. Rondje van 0 tot 5.
We kijken kort naar de krant van gisteren.
Stel de vraag aan de sprekende klok: Quelle est la date aujourd’hui?
Stel de vraag aan de weerman: Quel temps fait-il? La température, les nuages, …
Stel de vraag aan de kring: Wat nieuws?
Hou de mededelingen en verhaaltjes kort.
Overloop de dagplanning samen met Wout.
Sluit de ochtendkring af door iedereen succes en plezier te wensen.

Leerkringleider (40 minuten)

Vraag even rond wie zich nog wil inschrijven voor de leerkring.
Zet de burgermeesterhoed op.
Rinkel met de bel en vraag iedereen plaats te nemen: de kring gaat beginnen.
Wens iedereen welkom en vraag om stilte.
Geef het woord aan Wout: enkele korte oefeningen over de leerstof.
Overloop de inschrijvingen voor de leerkring op het witte bord.
Laat de leerling zijn taak / agendapunt presenteren.
Vraag naar de mening van anderen: tips & tops, vragen?
Sluit het item af: wat moet de secretaris noteren?
Ga over naar het volgende item.
Hou de tijd (en Wout) in ’t oog.
De overige items komen eerst aan bod bij de volgende leerkring.
Sluit de leerkring af door iedereen nog een fijne dag te wensen.

Secretarissen (2)

Secretaris 1

Tijdens de ochtendkring overloop je de aanwezigheden: Goeiemorgen, …
Je duidt de aanwezigheden aan in het register van Wout.

Je neemt verslag tijdens de klasraad.
Je vraagt bij ieder besproken item wat er moet genoteerd worden.
Je typt in het sjabloon en slaat het document op als: ‘klasraad + datum’.

Secretaris 2

Je zet de krant van gisteren klaar vóór de ochtendkring: zie website.
Tijdens de ochtendkring vul je de klaskrant in:
De datum, het weer, Wat nieuws?.
Je typt in het sjabloon en slaat het document op.
Je herinnert de fotograaf eraan dat hij nog een foto aan Wout moet bezorgen.
Tijdens de leerkring vul je de klaskrant in: Wat hebben we geleerd?
Je typt in het sjabloon en slaat het document op.
Je herinnert de fotograaf eraan dat hij nog een foto aan Wout moet bezorgen.

Voorzitter klasraad (1)

Je vraagt tussendoor aan leerlingen om agendapunten op te schrijven. Je bereidt de klasraad voor.
Zet de burgermeesterhoed op en neem de gevoelskaartjes klaar.
Rinkel met de bel en vraag iedereen plaats te nemen: de klasraad gaat beginnen.
Wens iedereen welkom en vraag om stilte.
Overloop de inschrijvingen voor de klasraad op het witte bord.
Je neemt complimenten, klachten en te bespreken items ernstig.
Laat de leerling zijn klasraaditem toelichten.
Vraag naar de mening van anderen.
Sluit het item af: hoe moet de secretaris dit noteren in ons verslag?
Ga over naar het volgende item.
Hou de tijd (en Wout) in ’t oog.
Sluit de klasraad af: laat iedereen een kaartje nemen.
Duid enkele leerlingen aan die mogen vertellen waarom ze dat kaartje namen.

Spik & Span (2)

Je zorgt voor de orde in de klas en de kasten.
Je legt verloren materiaal op de juiste plaats.
Je maakt de tafels en het lokaal schoon na etenstijd.
Je deelt complimenten en klachten uit tijdens de klasraad.

Woordenkenner (2)

Je werkt niet samen met de andere woordenkenner.
Je kiest jouw favoriet woord, een nieuw woord uit de kringgesprekken of de lessen.
Gebruik het sjabloon uit het klaswoordenboek om het woord verder te ontdekken.
Toon je creatie in de leerkring.

Download hier de woordenboekfiche. 

Reporter (2)

Je werkt niet samen met de andere reporter.
Je volgt de actualiteit deze week. Kijk bij ‘bronnen’ op onze klasblog.
Je kiest één item dat je een bepaald gevoel geeft: erg, grappig, interessant, ontroerend, …
Je presenteert het item in de leerkring: video, foto, krant …
Je kan vertellen waarom je dit item hebt gekozen.
Je geeft meer informatie bij het nieuwsitem: wie, wat, waar, wanneer, waarmee, waarom, waardoor, …

Sprekende klok (1)

Je zegt de datum in het Frans tijdens de ochtendkring.
Aujourd’hui nous sommes le …
Oefen de dagen van de week op onze klasblog.
Oefen de maanden van het jaar op onze klasblog.
Oefen de getallen van 1 t/m 31 op onze klasblog.
Oefen de komende jaartallen: 2018, 2019 …

Weerman (1)

Tijdens je werktijd ga je één keer deze week naar buiten mét een kompas.
Je zoekt het noorden.
Je bepaalt de windrichting: dat is de richting van waar de wind komt.
(Tip: maak je vinger nat.)
’s Ochtends observeer je het weer: windrichting, windkracht, temperatuur, bewolking en neerslag.
Je vertelt over het weer tijdens de ochtendkring.
Je kijkt naar de thermometer en leest de buitentemperatuur af.
Je kijkt naar de bewolking (les nuages): geen, weinig, matig, veel
Je kijkt naar de neerslag (la précipitation): geen, mist, regen, sneeuw, …
Je vertelt over de windrichting: noord, zuid …
Je vertelt over de windkracht: zwak, matig, sterk.
Je brengt de gegevens mee naar de leerkring om de dagkrant aan te vullen.

Cultuurkenner (2)

Je werkt niet samen met de andere cultuurkenner.
Je kiest één muziekstuk of beeldend werk.
Je zoekt uit welk gevoel het werk jou geeft en waarom je het kiest.
Je gebruikt de cultuurfiche uit onze cultuurmap om je verder voor te bereiden.
Je brengt het werk mee naar de kring.
Je geeft meer informatie bij het werk: wie, wat, waar, wanneer, waarmee, waarom, waardoor, …
Je archiveert jouw informatie in de cultuurmap.
Je stelt het werk (als mogelijk) tentoon in de galerij.

Download hier de cultuurfiche.

Blogger (2)

Je werkt samen met de andere blogger.
Je schrijft een kort verslag over een uitstap, een activiteit, een les, … voor op de blog.
Je mag een foto nemen met de klascamera en deze aan Wout bezorgen.
Je bezorgt het document digitaal aan Wout: leerlingenmap of e-mail.

Entertainer (2)

Je werkt samen met de andere entertainer.
Je bedenkt één groepsactiviteit van ongeveer 5 à 10 minuten (KIVA!).
Je voorziet het nodige materiaal (bv. bal, kaartjes, …).
Je zorgt dat je de spelregels goed kent en kan uitleggen.
Je leidt de groepsactiviteit tijdens een leerkring of een ander moment (bv. speeltijd).

Dierenspotter (2)

Je werkt samen met de andere dierenspotter.
Je kiest werkwijze 1 of werkwijze 2.

Werkwijze 1: een dier op het schooldomein zoek.

Je neemt de klascamera en een loeppotje mee.
Je gaat op zoek naar een dier op het schooldomein.
Je trekt een duidelijke foto van het dier en bezorgt deze aan Wout.
Je neemt het dier, als mogelijk, mee in een loeppotje.
Wees zorgzaam voor het diertje!
Je maakt een studiekaart van het dier met de 8 V’s.
Gebruik hiervoor het sjabloon.
Je vertelt over het dier in de leerkring.
Je archiveert de studiekaart in de dierenmap.

Werkwijze 2: een dier in een weetjesboek zoeken.

Je kiest een dier uit een weetjesboek.
Je zoekt een duidelijke foto van het dier en bezorgt deze aan Wout.
Je maakt een studiekaart van het dier met de 8 V’s.
Gebruik hiervoor het sjabloon.
Je vertelt over het dier in de leerkring.
Je archiveert de studiekaart in de dierenmap.

Download hier de dierenfiche.

Boekenpromotor (1)

Je presenteert één leesboek dat je zelf (uit)gelezen hebt in de leerkring.
Breng het boek mee (als mogelijk).
Je noemt de auteur, de illustrator, de uitgeverij, het genre, …
Je vertelt kort waarover het verhaal gaat. Het einde hoef je niet te verklappen.
Je geeft jouw mening over het verhaal. Er zijn meer gevoelens dan ‘leuk, grappig’.
Je mag een stukje voorlezen uit je boek (max. 1 minuutje), maar dat moet niet.

Fotograaf (1)

Je trekt dagelijks één foto voor de dagkrant met de klascamera.
Kies een leuke opstelling, een interessant onderwerp en let op details.
In het weekend of vakantie mag je Wally en de klascamera meenemen.
Zet Wally op een toffe plek en neem er een foto van.
Vertel maandag in de ochtendkring over Wally’s avontuur.

Werkloos (1)

Helaas, deze week ben je werkloos… Dat kan later ook gebeuren.
Vul je leerlingenfiche in en presenteer ze in de kring (leerlingenboek).
Welk beroep vind jij interessant? Heb je al gedacht aan je latere leven?
Ken je het beroep van je ouders? En van je grootouders?
Hoeveel beroepen kan jij opsommen? Wat doe jij graag?
Kies jij een beroep met taken die jij goed kan of graag doet?
Je mag een beroep kiezen om voor te stellen tijdens de leerkring.